Tiznit en de kust
De auto weer ingeladen, de haringen van de grond geraapt en op naar Tiznit. Wat wisten we van Tiznit? Het zou de laatste echte grote stad zijn (50.000 inwoners) voor de Sahara, waar je van alles nog kon laten doen, zoals tandarts, fotocamera reinigen etc...) voordat je de reis naar het zuiden gaat maken. Verder was het een stad die vroeger gebruikt werd als uitvalsbasis voor oorlogen met Sahara-bewoners. Ze hebben er toen een grote muur omheen gebouwd en het werd eigenlijk een grote vestingstad. Ook al hebben ze al enige (honderden) jaren geen onderhoud gepleegd, het bleef een mooie stad om een paar dagen te blijven. De campinggids vertelde ons dat ook daar een voortreffelijke caming te vinden was, met als enig minpuntje dat het naast een discotheek lag. En het was zaterdag. We hebben nog steeds de tijd, dus laten we de 107 kilometer terugrijden en Tiznit van dichtbij beleven. Op naar de camping! Aangekomen op de camping, bleek al gauw dat deze vol stond met de bekende campers met Fifi’s. Daarnaast was het gebouwd op beton, dus de haringen konden we dan beter meteen al naast de tent leggen.
Het centrum in, de wonderen van Tiznit
Toch maar even in de Lonely Planet gekeken wat de alternatieven waren en er bleken behoorlijk wat goedkope hotelletjes te zijn in het centrum. Laten we dat dan maar doen vandaag. In het centrum was een groot marktplein waar de auto voor het hotel geparkeerd kon worden. Spullen uitgeladen en het stadje bekeken. Ook hier hebben ze attracties waar je van tevoren veel bij voorstelt, maar waarbij je je later enigszins teleurgesteld staat af te vragen of je wel het goeie aan het bekijken bent. Zo hadden ze een moskee zoals in Djenne (in Mali) en was er een Blauwe bron waar volgens de legende iemand 2 dagen heeft zitten huilen over haar zonden en Allah hier zo van onder de indruk was dat hij er ter plekke een bron van heeft gemaakt. Wij op zoek naar deze wonderen. Na lang zoeken en veel rondvragen hebben we uiteindelijk gevonden wat er beschreven werd. Helaas ook hier bleek de enige vergelijking van de moskee met die van Djenne dat er 10 houten palen uit de muur staken en was de bron verworden tot een bak groen water vanwege het riool dat er in uitkomt. Er zwommen nog wel levende (kikker)visjes in, wat dan toch weer een wonder op zich is. Nog een stukje langs de oude stadsmuur gelopen en terug naar het hotel.
Tiznit
Toch heeft Tiznit wel wat voor de onafhankelijke reiziger. Het is een rustig stadje waar toch veel moderne dingen te krijgen zijn, het eten is veilig (eigenlijk gewoon goed), maar vooral kun je op straat lopen zonder dat je constant benaderd wordt. Mensen groeten je op een leuke, normale manier en je voelt je geen moment onveilig, waar je ook loopt. Het is druk qua mensen, niet qua verkeer, het leeft en bruist. We overwogen om nog een dagje te blijven, maar waren enerzijds toe aan water en zee en anderzijds blijf je, als je doorgaat, dit positieve gevoel over Tiznit houden. Een dag langer kan verveling oproepen en daarna vertrek je weer met een gevoel weg van “mooi, we kunnen eindelijk door” en dat zou zonde zijn. In het hotel nog snel gebruik gemaakt van de hotelbibliotheek. Dit systeem bestaat uit het ruilen van boeken. Reizigers die aankomen met uitgelezen boeken laten deze achter en nemen een ander achtergelaten boek mee. Met bijbetaling van 3 Dirham (30 cent), hebben wij ook onze uitgelezen boeken achtergelaten en 2 boeken meegenomen. Een dik Engels boek voor de zeer rustige avonden, en een Frans boek geschreven voor kinderen. Dat is meer bedoeld om het Frans definitief niet te vergeten. Op naar Mirleft de volgende ochtend, een kleine 44 kilometer verder. Wederom een plaats highly recommended by the Lonely Planet vanwege zijn 6 mooie stranden en relaxte sfeer. Alsof we nog niet relaxed genoeg waren...
Op naar Mirleft, surfer's paradise
De weg naar Mirleft was niet bijzonder spectaculair. De weg is een kleine omweg langs de kust met wederom een groen streepje naast de weg op de kaart. Moet mooi zijn. Volgens de gidsen was Mirleft een uitgelezen plek voor surfers, paragliders en backpackers die terug komen van woestijntochten. Het was vooral een rustige plek waar toerisme nog niet ontwikkeld was en waar de stranden ook aangegeven werden met klinkende namen. We reden Mirleft binnen en hadden een camping op het oog die eigenlijk bedoeld was voor 4x4’s, landrovers dus. Staande op de splitsing en kijkend naar de weg die genomen moesten worden, sputterde het eendje al wat tegen. Nee, laten we die laatste 800 meter over de piste maar overslaan. Er kwam een jongen op de fiets aangesneld die zag dat we stilstonden en zaten te bedenken wat en waar we heen zouden moeten. Hij vertelde dat zijn familie dichtbij een leeg huis had, helemaal voorzien van alle gemakken, dat we konden huren. Hijzelf sliep in de garage eronder. Nou, het was op loopafstand, dus laten we maar even kijken dan. En jawel, 2 volledige etages met keuken, zitkamer met 371 (werkende) kanalen op de televisie en een fantastisch dakterras met uitzicht op zee (was nog wel een eindje lopen). Laten we dat maar doen. Spullen uitgeladen en nog een tijdje met Abdul gesproken, een werkelijk heel aardige jongen van rond de 28.
Abdul is eigenlijk een typisch Marokkaanse jongen, een voorbeeld zoals velen hier. Ze hebben vaak de meest fantastische opleiding genoten, maar eindigen in het geboortedorp/stadje als taxichauffeur of autowasser. Er is gewoonweg weinig werk. Zo ook Abdul. Een zeer vriendelijke jongen, oprecht geinteresseerd in ons, beleefd en druk bezig om het ons zo goed mogelijk naar onze zin te maken. Zich neergelegd bij de situatie en probeert er het beste van te maken. Het doet je beseffen hoe leuk het is als je op deze manier in contact komt met mensen, contact dat verder gaat dan een korte ontmoeting bij een souvenirstalletje bijvoorbeeld. We hebben later zijn vader nog ontmoet en twee broers.
Op naar het strand
Enfin, de spulletjes naar boven gebracht en nog even het stadje in om boodschappen te doen. Een belletje naar de jarige vader in Bergen op Zoom gepleegd, een lunch bij een lekker tentje aan de weg gehad en het werd tijd voor het strand. Eerst terug naar het appartement en te voet verder. Het was volgens de buurtbewoners “pas loin”, niet ver dus. Waar hebben we dat eerder gehoord...?
Een flinke tocht richting strand werd beloond met een vrijwel onontwikkeld strand waar paragliders vanaf de kliffen het strand op kwamen zweven. Helaas was de mannenpopulatie dusdanig groot ter plekke, dat het beter leek niet te gaan zwemmen zonder overall. Een korte strandwandeling was een betere optie en na flink uitwaaien terug naar ons appartementje. Hier aangekomen hebben we gebruik gemaakt van de aanwezige elektra en hebben we het eerste fotoboekvan Marokko af kunnen maken. Tevens hebben we alle 371 kanalen op de televisie 3 keer gehad om te concluderen dat er niets interessants op tv was. Tijd om eten te maken en ’s avonds nog even een rondje te lopen. Het bleek dat het stadje nog meer in petto had dan alleen die paar huizen langs de hoofdweg. Een stoffig straatje achter deze huizen door en je bereikte totaal onverwachts een heuze winkelstraat, overigens niet minder stoffig. Hier was zoveel leven en drukte, dat het een heerlijke plek was om op een terrasje te zitten en de wereld aan je voorbij te zien trekken. Abdul was er ook en kwam nog even checken of alles in orde was bij ons. Na onze jus d’orange opgedronken te hebben was het tijd om terug te gaan.
Het postkantoor-drama
De volgende ochtend besloten we om toch door te gaan. De stranden in Mirleft zijn dusdanig ongeschikt om rustig te zwemmen, zonder van alle kanten bekeken te worden (voor de dames dan he), en omdat nu toch wel het grote zuiden begint te trekken, hebben de auto ingepakt en zijn we nog even via de winkelstraat van Mirleft naar het postkantoor gegaan. We hadden inmiddels de sleutel alweer aan Abdul teruggegeven en hem uitgenodigd om met ons te ontbijten in Mirleft. Dat sloeg hij niet af en al gauw zaten we in een leuk tentje aan de cafe au lait, waarbij hij zijn broer en vader riep om aan ons voor te stellen.
In het drukke Mirleft die maandag, het was namelijk marktdag, nog naar het postkantoor gegaan. We hebben de filmpjes van het eerste gedeelte van Marokko helemaal af en opgestuurd naar Nederland. Abdul wilde nog wel even meelopen, maar goed ook. Bij het postkantoor was het enorm druk, omdat mandag betaaldag is voor de meeste mensen. Het salaris kan kennelijk opgehaald worden op het postkantoor. Daar aankomende stond er dus een rij van jewelste, met 1 beamte die op het tempo van een schildpad met blaren onder de voeten werkte. Dat had Abdul kennelijk goed zien aankomen. Hij manouvreerde Sandra vlug wat naar voren, immers, het verzenden van een enveloppe met cd’tje kost niet zoveel tijd. Helaas wel voor deze beamte. Er werd zelfs een ervaren persoon bijgehaald (lees: oude man). Na het in een tergend langzaam tempo plaatsen van een tafel, die moest komen uit een andere ruimte, zodat hij de enveloppen kon neerleggen, moest er gewogen worden. 35 gram. Naar Nederland. Dat is een behoorlijke rekensom, waar hij dan ook een paar keer met rekenmachine over deed om een paar keer tot dezelfde uitkomst te komen. Sandra had inmiddels al uitgerekend wat het moest zijn, maar probeer dat maar eens duidelijk te maken aan iemand die alleen Arabisch spreekt en het rekenvermogen bezit van een pistachenootje. De rij achter Sandra was inmiddels gegroeid tot buitengewone proporties. Uiteindelijk kwam de beste man met een uitkomst en je zou denken dat het moeilijkste gedeelte achter de rug was. Dit bleek echter een illusie, want nu moesten de postzegels nog zo uitgezocht worden dat ze de waarde precies dekte. Diverse combinaties werden, overigens in hetzelfde tergend langzame tempo en met rekenmachine, uitgeprobeerd om een kwartier later tot de conclusie te komen dat het met de huidige postzegels niet mogelijk was om tot de juiste waarde te komen. De andere beamte werd erbij gehaald en er werd besloten om handmatig een eigen “postzegel” te maken waaraan de hele stempeldoos van een 6-jarige te pas kwam. Een half uur later kwam Sandra uiteindelijk het postkantoor weer uit. Laten we hopen dat deze “postzegel” volstaat, de posterijen zelf beter werken dan de postbeambte en onze filmpjes en foto’s in Nederland aankomen. Inshallah!
Door naar Sidi Ifni, de bogen in zee
Gedag gezegd tegen Abdul en op weg naar Sidi Ifni, een plaats ook maar 40 kilometer verder langs de kust. Sidi Ifni was vroeger een Spaanse uitvalsbasis. De camping werd beschreven als “voeten in het water” en het stadje zelf als “koloniale gebouwen nog net te herkennen”. We zijn benieuwd...
Onderweg kwamen we langs een bekend maar vooral fotogeniek plekje aan het strand. Dit waren twee natuurlijke bogen (uitgesleten uit de rotsen) in het water, die door de erosie in de loop der jaren verworden waren tot twee gigantische arken waar je onderdoor kon lopen. Het was even zoeken naar het juiste weggetje, maar 10 kilometer voor Sidi Ifni vonden we een zandpad dat zou moeten leiden tot het strandje vanwaar je de tocht kon maken. Hier was gelukkig iets meer ontwikkeling, een auberge en een restaurantje en de twee bogen die werkelijk fantastisch waren om te zien, maar voordat we deze verder beschrijven, moet je deze maar beter even op de foto’s bekijken.
Door naar Sidi Ifni
Na wat gedronken te hebben bij de auberge, door naar Sidi Ifni, de laatste 10 kilometer langs het groene weggetje. We vonden vrij snel de camping op het strand en zagen dat het mogelijk was om even een duik te nemen. Ook hier was de stroming redelijk sterk en zorgde dat bij iedere golfslag de keien langs en vooral tegen de enkels vlogen. Best pijnlijk. Inmiddels had zich al een local op een goede positie begeven om de dames te bekijken in zwemkostuum, dus tijd om af te drogen en de tent op te zetten. Ook hier was de camping gebouwd op beton. De haringen hebben we niet eens uit het zakje gehaald. Paar keien op iedere hoek en hopen dat de tent zou blijven staan. Het stadje in dan maar, hopend dat de mengeling Spaanse en Marokkaanse invloeden het stoppen in Sidi Ifni de moeite waard zou maken.
Sidi Ifni
Tja, zonder te zeggen dat het niet de moeite waard was om met eigen ogen te concluderen dat het toch wel erg veel vergane glorie was, moesten we toch concluderen dat ondanks de opzet van brede straten en ruimte voor allerlei parkjes, de tand des tijds behoorlijk heeft toegslagen. Waar in Essaouira vrijwel alles tot in de puntjes is gerestaureerd (niet overal overigens), hebben ze dat in Sidi Ifni overgeslagen. Wat overblijft is een verzameling vergane gebouwen, schilfers aan de muur, dichtgemetselde ramen en hier en daar nog een logo of merkteken van de vroegere Spaanse bewoners. De straten worden nog wel aangeduid met “calle”, maar dat is dan ook vrijwel het enige zichtbare bewijs van de Spaanse koloniale tijd. Jammer, het heeft veel potentie, dat wel. Het rondje door het stadje afgemaakt en geeindigd in een toch wel gezellig restaurantje, waar we vooral gebruik gemaakt hebben van het stopcontact om de laatste dingen op te laden voor de grote oversteek van de Sahara, de volgende dag. En laten we vooral niet vergeten dat we erg genoten hebben van de allerlekkerste cake die we in de afgelopen 2 maanden gegeten hebben. Alleen de verrassend lekkere cake in deze auberge zou al reden genoeg zijn om Sidi Ifni aan te bevelen bij andere reizigers!








