Nouadhibou in Mauritanie
Volgens de Schotten was er een bar in Nouadhibou, of Noubidoebidoe zoals zij de stad noemden (zelfs zonder gedronken te hebben), en zou er een camping precies naast de bar zitten. Nadat zij terugkwamen met de mededeling dat deze camping ook nog eens de helft goedkoper was en dat er zelfs een eigen badkamer met warm water bij inbegrepen zat, maakten wij ook de keuze om naar die camping te gaan. De eerste dag hebben we vooral uitgerust, op internet wat gedaan, goed ontbeten en vooral veel gekletst op de camping. Ze hebben hier een ruimte met relaxte banken en een keuken. Je merkte dat iedereen maar aan 1 ding behoefte had na gisteren... rust en vooral niet teveel doen. Wat colaatjes later zijn we met onze Britse overlanders gaan eten in het Chinese restaurant annex bar. Met bier en pakken wijn, normaal verboden in Mauritanie. De halve liter glazen werden gevuld met wijn en werden vrij snel opgedronken, terwijl wij onze cola opdronken. Het is ongelooflijk hoeveel die gasten kunnen drinken zeg, maar met als excuus dat ze zich al 3 weken zorgen aan het maken over Mauritanie en het gebrek aan de verkrijgbaarheid van alcohol, voelden ze zich nu in het paradijs waar ze gebruik van moesten maken. Begripvol knikkend, begaven wij ons terug naar de camping, het was inmiddels al wat laat geworden en we wilden de volgende dag iets van Noebidoebidoe gaan bekijken, al was dat hoofdstukje in de toeristische gidsen vrij mager.
Cap Blanche
De volgende ochtend naar Cape Blanche gereden. Of beter gezegd, geploegd. Nouadhibou ligt op een schiereiland en Cape Blanche ligt precies op het puntje daarvan. Aan de ene kant de Atlantische oceaan en aan de andere kant de baai waar Nouadhibou aan ligt. Dit gebied is bekend om de rijke vispopulatie en natuur. Op naar het puntje, ongeveer het enige dat beschreven werd in de gidsen. De weg er naartoe is goed tot 8 kilometer voor de afslag naar Cape Blanche. De laatste 8 is door zand, wasbordwegen en lavastenen, waar van een duidelijke weg geen enkele sprake meer is en je dwars door het landschap rijdt in de hoop verder weer een spoor te vinden. In het mulle zand sturen is een leuke, want het stuur gaat alle kanten op en je tevens het stuur heen en weer moet bewegen om de wielen zoveel mogelijk grip in het zand te laten krijgen. Met wat gas bij en veel ploegen, toeren maken en slippen, kom je vanzelf op een harder stukje, hopelijk. Het ging goed, al dieselde de eend weer behoorlijk na toen we Cape Blanche bereikt hadden. Het gebied leek meer op ee maanlandschap, maar rustig was het er zeker. Er was een heuse tour uitgezet, met borden (al waren die moeilijk leesbaar doordat de zon de letters had vervaagd), en een pad. Het informatiecentrum was werkelijk zeer mooi, informatief met DVD-films etc... Zo ongeveer wat je in Zeeland zou verwachten. We waren de eerste klanten sinds 5 dagen. Tevens is deze plek de plek waar 1 van de laatste Monk-seals zouden zitten, monnik-zeehonden. Ook hier hadden we nog nooit van gehoord, maar zoals al eerder gebeurd is (kale ibissen in Sous-Massa), krijg je de drang deze beesten dan ook te gaan zien. En jawel, recht onder ons in het water kwam er een zeehond boven en liet zien dat de informatieborden gelijk hadden, al twijfelden nog even of de parkwachter sel een zeehondenpak aangetrokken had. We hebben de rest van de middag van het prachtige uitzicht genoten, de zeewind door de haren laten gaan en gezien waar de woestijn de zee ontmoet, aangezien het zand tot op de rand van de klif ligt.
Vast in het zand
Tijd om terug te gaan, die 8 kilometer ploegen. Het pad gevolgd en door het mulle zand. Deze keer was gas geven en de wielen heen en weer niet voldoende. We zitten vast! Vooruit, achteruit, de wielen slippen door. Dat moet je niet te lang doen, anders graven de wielen zich in en wordt het alleen maar lastiger. Wetende dat de eerstvolgende toerist weer 5 dagen later zou kunnen komen, moesten we er eerst zelf uit zien te komen. Met wat duwen aan de voorkant, kwam de auto in beweging in z’n achteruit. Mooi, al ploegend terug naar vaste ondergrond en een ander spoor proberen te vinden, dat we een eindje verder gauw vonden. De verdere reis verliep verder zonder grote problemen en we waren blij toen we het asfalt weer bereikten. Terug op de camping kwamen we de Schotten en Ieren met behoorlijke hoofdpijn tegen. Het werd gauw donker en hebben de rest van de avond met z’n allen wat gekletst en plannen voor de volgende dag gemaakt, de ijzererts-trein naar Atar.








