Aangekomen uit de trein
Er stonden auto’s klaar, 4x4’s om de passagiers te vervoeren naar Atar. Na een flinke onderhandeling konden we met Mohammed en Brahim mee naar Atar. Spullen achterin gegooid en met 7 personen op weg, dwars over onverharde en niet bestaande wegen. De route was wederom een verzameling bandensporen, met zandbakken zoals je ziet in de Parijs-Dakar-rally, die hier ook wel eens vaker langsgekomen is. Het was nog eens 3 uur rijden, door de brousse (zo noemen ze de omgeving van pistes en onbewoonde wereld). Na een tijdje boemelen, zwoegen en ploegen kwamen we op de verharde weg uit, een geasfalteerde weg naar Atar, de laatste 10 kilometer. In de verte zagen we al lichtjes opdoemen, we zijn er bijna! De kleren staan stijf van het stof, alles knarst tussen de tanden en de lippen zijn helemaal uitgedroogd. Nog even, en we zijn op een plek waar een douche ons op zal wachten. KLABOEM! Lekke achterband. De lichtjes in de verte lijken te glimlachen terwijl wij uitstappen om de schade te bekijken. Binnen 3 minuten lag de band er al af. Iedere passagier voert zijn taak uit, zonder dat er taken toebedeeld worden. De ene zoekt stenen om de banden te blokkeren, de ander heeft de wielboutn er al af terwijl de volgende de krik al heeft gepakt en de laatste het reservewiel al tevoorschijn heeft getoverd. Het gebeurt zo vaak en men werkt meteen als een volleerd pit-stop-team samen. De nieuwe band erop, iedereen weer in de auto proppen en door naar Atar.
Slapen bij Mohammed
In Atar aangekomen, een donkere stille stad om 05.00u in de ochtend, vroeg Mohammed of het niet beter was als we bij hem zouden blijven slapen. “Nou, da’s goed!” zeiden we met een stoffig gezicht. Bij zijn huis aangekomen, werden we meteen naar de woonkamer gebracht. Dit is een kamer in een stenen/lemen hut met dekens op de grond, een paar kussens en zijn grote zus met baby. Die laatste twee werden vriendelijk verzocht een andere plek op te zoeken voor het laatste stukje van de nacht. Toen wij dachten dat de zus nu op z’n minst een uitbrander zou geven hoe hij het in zijn hoofd haalde om haar te storen en weg te wezen, stond ze op, zei goedemorgen tegen ons, wat wij nog met goedenavond beantwoordden vanwege het gebrek aan een nacht en liep gemoedelijk met kind in de arm naar een andere kamer toe. Mohammed haastte zich om een bak water uit de put te halen, zodat we ons nog een beetje op konden frissen met een bucket-shower en probeerden daarna nog een paar uurtjes slaap te krijgen, op een hard gebedsmatje, maar zonder stof deze keer. Het was heerlijk om de benen te kunnen strekken na het 3 uur hobbelen met de knieen achter de oren in de auto. We zijn in het binnenland van Mauritanie! Het huis van Mohammed bestond uit een compound, een binnenplaats met kamers er omheen. Via lemen, afgebrokkelde trapjes kun je op het dak komen en had je iets van een uitzicht over Atar. In een nisje sonden een 6-tal geiten je verbaasd aan te kijken toen we over het randje keken. Aan de andere kant op zo’n 3 meter hoogte zaten over een stuk van 3 m2 een viertal balken. Dit was de toilet en vuilnisbak. Alles werd naar beneden gegooid op een stapel en gelukkig sliepen wij hemelsbreed het verst van de bak.
Chinguetti na ontbijt
Een paar uurtjes slaap later, nog brak van de hele reis die nacht, maakten we onze verdere plannen voor die dagen. We zouden doorgaan naar Chinguetti, een woestijnstad in de zandduinen, vroeger een belangrijke stopplaats voor woestijnkaravanen. De reisgidsen staan er vol van, maar toeristen zijn er niet veel. Het is een plek met zandduinen, fotogenieke plekken, elektra via generatoren en “where the streets have no name”. Mohammed stelde voor om mee te gaan. Hij kende de mensen, de manieren van transport en zou ons wel rond willen leiden, zodat hij er iets aan kon verdienen. Dit ondernemerschap kunnen we erg waarderen en besloten om met de vriendelijke Mohammed de komende dagen door te brengen. Hij glimlachte tevreden en rende meteen naar buiten en kwam na en paar minuten terug met een bord brood, gesmeerd met jam, een kan warm water en 2 zakjes koffie. “Eerst ontbijt!” riep hij.
Atar... tja...
Na het ontbijt willen we Atar nog even bekijken, in het kader van “nu we er toch zijn”. We zouden dan vanavond doorrijden naar Chinguetti, een ritje van 2 uurtjes. We kwamen in Atar zelf aan, in het centrum. Nou ja, centrum is wellicht iets teveel gezegd. We hadden pech dat er een harde wind stond, zodat de overkant van de straat bijna niet te zien was. Eerst maar even zitten om wat te drinken, het is behoorlijk warm zo. Toen we aan de ober(s) vroegen wat een toerist met 4 uurtjes tijd absoluut niet mocht missen in Atar, kwam het antwoord neer op het busstation en proberen de bus naar Chinguetti 4 uur eerder proberen te halen. Dat geeft hoop! En tja, eigenlijk hadden ze wel gelijk ook. Er is werkelijk helemaal niets te doen of te zien in Atar. Op zich heeft dat dan ook wel wat, om in een stadje te zijn waar zelfs de bewoners met een glimlach klagen dat het eigenlijk helemaal niets heeft. We zouden even de uurtjes door moeten komen en hebben nog een rondje gelopen, wat op internet gezeten en bij een restaurantje “Beverly Hills Cop 3” in het Arabisch gezien.








