Suikerklontjes met zwembroek in Thies
Tijd om door te gaan! Spullen ingepakt, de auto nog even op de scharnierpunten in laten smeren en door naar Lac Rose, de finishplaats van Parijs-Dakar, net ten oosten van Dakar. Dit meer heet Rose, omdat deze rose is, tenminste, dat willen ze je laten geloven. Al wat ansichtkaarten gezien, waarbij overduidelijk het rose wat aangedikt was, maar toch willen we het zien. We rijden St. Louis uit en komen in de wonderlijke wereld van de baobab-bomen. Dit zijn bomen waarbij lijkt dat deze omgekeerd geplant zijn. Er groeien weinig tot geen bladeren aan en het lijken werkelijk een stel wortels in de lucht. Volgens de Senegalezen heeft een boze god deze boom uit de grond van de hemel getrokken en naar de aarde gegooid waar hij ondersteboven terecht is gekomen en verder is gegroeid.
Thies, wie kent het niet?
We komen in de buurt van Thies, de derde grootste stad van Senegal. Nu heeft Thies niet echt veel bijzonders. Het bekendste van Thies zijn de tapijten, die zo’n 1.500 euro per m2 kosten, waarvan de “bekendste” in Buckingham Palace hangt en de ena-bekendste op het vliegveld van Atlanta (USA). Aangezien dit de hoogtepunten van de stad zijn, besluiten we om deze over te slaan en gewoon maar even wat te gaan drinken, na zo’n 3 uur rijden vanuit St. Louis, over overigens uitstekende weg, die nog het meeste lijkt op de Route National in Frankrijk.
Chez Gilbert! Paradijsje!
Stoppende bij een bordje “Cafe Hotel Chez Gilbert” slaan we af. Dit was werkelijk het paradijsje van Thies! De, wederom, Franse eigenaar, Gilbert zal hij waarschijnlijk heten, heeft een veel te blauw zwembad, een leuk barretje en een geweldige atmosfeer van rust weten te creeeren. We konden de tent in de achtertuin neerzetten en ons dagje was goed. Slechts 3 uur rijden, en ergens in de middag in zwemkleding in het zwembad plonsen. Zoals het een goede Fransman betaamt, was het kaasplankje authentiek Frans en smaakte de Cote du Rhone prima! Franser kan haast niet, en onze Franse tijden kwamen weer boven. We hadden nog wat eten bij ons uit St. Louis en kookten we ons eigen potje voor de tent, met op de achtergrond het gekabbel van de zwembadpomp.
Zwembadkoffie
Over zwembaden gesproken; het drinkwater uit de kraan in Senegal is meestal wel drinkbaar voor Westerlingen doordat ze het water bewerken met chloor. Het smaakt alleen dan behoorlijk naar zwembad. Zo erg soms, dat als je de kraan open zet, je denkt dat ieder moment Pieter van den Hoogenband door de kraan kan komen zeilen. Zo ook hier. De macaroni ’s avonds had een zwembadsmaak en de koffie ’s ochtends smaakte zo erg naar chloor dat zelfs de 4 suikerklontjes –in zwembroek- die via een duikplank de koffie indoken, de smaak niet konden verdoezelen. Gelukkig dat het Franse ontbijt van Gilbert de smaak wel wist weg te werken en we besloten, ondanks het paradijsje, toch door te gaan naar Lac Rose, 30 kilometer verder.








