Zuid-Senegal, een pareltje
Vanuit Toubab Dialao vroeg vertrokken richting Saly-Portudal, het toeristencentrum van Senegal. Hier zitten voornamelijk Fransen, daar waar de Engelsen en Nederlanders iets zuidelijker in Gambia gaan. Saly is erg modern, veel all-inclusive-dingen, polsbandjes, fifi-hondjes maar tevens blauwe zee, een relaxte sfeer en lekker (Frans) eten! Erg blauwe zee waar je goed in kunt zwemmen. We berekenden dat in Dakhla, Zuid-Marokko, de laatste keer geweest is dat we de zwembroek aanhadden dus we lagen gauw in het blauwe water. Hier is geen sterke onderstroom, iets dat je niet vaak tegenkomt aan deze kant van de Afrikaanse kust. We hebben een eigen appartementje gevonden met alle gemakken van dien, de plaatselijke supermarkt ontdaan van de laatste voorraden en hebben het er heerlijk van genomen. Ook hier zijn stroom-onderbrekingen vrij normaal en daardoor konden we geregeld niets op het internet doen. Saly-Portudal is heerlijk om een paar dagen te blijven om te zwemmen op het strand, een paar verdwaalde vissers aan het werk te zien, maar niets voor ons om er lang te blijven hangen. Iets te toeristisch voor ons doen. We hebben eigenlijk niet veel gedaan, boeken gelezen op het strand, zwemmen, de route voor ons uitgestippeld en geen echte spectaculaire dingen die het vermelden waard zijn. Het dagtochtje naar Somone eindigde in de conclusie dat we hier weg wilden. Een oneindige strip hotels waar een week verblijf het hele reisbudget zou opslokken. Er was tevens een natuurpark in de buurt (Bandia), met geimporteerde giraffen (hoe importeer je die? Per vliegtuig??). Dit zou ons EUR 130,- kosten als we met z’n tweeen een paar uurtjes in de Senegalese Beekse Bergen wilden blijven. Daar kun je haast zelf giraffen voor importeren! Het park zelf zag er overigens zeer goed uit. Talloze gidsen wachten in de 4x4’s bij de geveegde ingang. Het restaurant serveert fantastische gerechten, cappuchino’s en tussendoortjes. Maar we zullen de wilde beesten late deze reis nog wel gaan zien. Door naar de veelbelovende Delta Sine Saloum, Zuid-Senegal.
De rit naar het zuiden van Senegal
We lieten Saly-Portudal dan ook snel achter ons en vervolgens verder naar Passy en einddoel Toubacouta. Dit is een plaats in de Delta Sine Saloum, een plek in Zuid-Senegal midden in de mangrove en staat bol van ecotoerisme, waar de opbrengsten gaan naar patrouille-boten die de ingang van de mangrove bewaken tegen illegale bevissing. We hebben gelezen dat er een eco-lodge is, 2 kilometer in de mangrove zelf. Hmmm, klinkt goed. De route uitgestippeld en op weg. De eerste paar kilometer gingen vlotjes, goede weg en met open dakkie prima tuffen. We wilden vroeg in de buiurt van Kaolack zijn. De weg daar naar het zuiden richting Toubacouta zou iets slechter worden dan we tot nu toe in Senegal gewend waren. Op de kaart zagen we een weg die net voor Kaolack, bij Fatick, recht naar beneden ging, dwars door de delta, met een pontje naar Passy en dan het laatste stuk, zo’n 40 kilometer nog naar Toubacouta. Nou, pontjes zijn altijd leuk, dus wij bij Fatick naar beneden. En jawel, dwars door het gebied gereden, waar vooral dijkjes, water en veel groen de boventoon voerden. Af en toe een overstekend aapje, een ijsvogel op een takje en ook best goede weg onder Fatick, keken we uit naar het pontje, die om 12.30u zou vertrekken, volgens het schema.
Het pontje en de veiligheid
Sandra werd net gebeld door haar moeder Trees, toen het asfalt ophield en we een piste tegemoet zagen. Waar zij eerst nog rustig de laatste nieuwtjes bespraken werd het gesprek abrupt verstoord door wasbordweg. Schreeuwend door de telefoon om boven het geluid van het wasbord uit te komen kon Sandra nog net duidelijk maken dat we op tijd voor het pontje waren.
Het pontje was op tijd, wij waren te vroeg. Het grappige is, eigenlijk is het treurig natuurlijk, maar dat sinds een grote scheepsramp enige jaren geleden (MS Joola, ca. 2.000doden), alle veiligheidsvoorschriften nauwgezet opgevolgd worden. Waar je in Senegal op de weg de meest gekke en bizarre halsbrekende toeren voorbij ziet komen, is het waterverkeer in Senegal gebonden aan strikte regels. Dit houdt dus in dat iedereen, klein en groot, een even groot zwemvest aan moet trekken, waar de kleintjes bij voorbaat al in verdrinken. Deze zijn ook nog eens knal- en fluoriserend oranje, wat met een zwarte huid er fantastisch contrasterend uitziet. De auto wordt helemaal vastgezet, alle borden met veiligheidsinstructies worden wekelijks vernieuwd en zijn dus goed leesbaar in 7 talen, het staat in braille op de laadklep, een constante open radioverbinding met de hulpdiensten aan beide kanten van de oever en het aanwezige bemanningspersoneel is al goed voor de helft van het aantal passagiers. Nee, wat er ook gaat gebeuren in Senegal, hier zijn we veilig.
Kuilen naar Passy
De boot vertrok, alle mensen keurig op de aangewezen bankjes aan weerszijden van de boot en een half uurtje later stonden we (veilig!) aan de overkant. Nadat we de reddingsvesten uit hebben getrokken, op naar Passy, het plaatsje een kilometer of 40 verderop en al onder Kaolack. Een flink stuk afgesneden dus. Echter, de weg was niet zo goed. Inmiddels al wat meer vertrouwd met het off-road-rijden hobbelden we weer van gat naar gat en werd de eend bij tijd en wijlen weer behoorlijk door elkaar geschud. Dat ging zo een kilometer of 40 door, wederom door een prachtig landschap van hoe een delta eruit kan zien.
In Passy aangekomen even getankt en door naar het zuiden, richting Toubacouta. Ook deze weg, maar daar waren we al voor gewaarschuwd, is in erbarmelijke staat. Waar de weg tot Passy nog voornamelijk bestond uit een zandweg met af en toe een stukje asfalt –wat geen asfalt genoemd mag worden-, was dit traject alleen een asfaltweg met gaten, waar je met een flinke slalom langs de putten moest. Met een maximumsnelheid van 5 km/u sjeesden we door naar Sokone, waar alles beter zou moeten worden. Hier was inderdaad de weg net vernieuwd en reden we ouderwets 80 km/u door naar ons eindpunt, Toubacouta.
Toubacouta
Deze plek staat voornamelijk bekend als uitvalsbasis voor verkenningen van de delta. Allerlei waterwegen, mangrovebossen en veel vogels. Hier kunnen we, met nog 20 kilometer voor de boeg voor de grens van Gambia, wel een paar dagen blijven. De Lonely Planet sprak van een lodge midden in de delta, “stunningly located”, met alles op zonne-energie, regenwater en opbrengsten die ten goede van het dorp en mangrove komen. We kwamen toch enigszins vermoeid aan in Toubacouta, na een dag vol kuilen- en puttenrijden en wilden eigenlijk pas de volgende dag met de boot naar het eiland van de lodge. We zijn de eerste nacht in het dorp zelf gebleven om de volgende ochtend vroeg naar de lodge op het eiland te vertrekken.
Op naar het eiland! De volgende ochtend vroeg eruit, de laatste boodschappen voor het proviand gedaan en op weg naar de lodge. De lodge is helemaal full-board, oftewel, je blijft er eten, slapen en excursies zijn inbegrepen, evenals de tocht er naartoe, een half uurtje met de boot en de laatste 2 kilometer met de ezel.
De eend konden we parkeren op het terrein van de beheerder van de lodge, op de familiecompound. Beetje stoffig, maar genoeg mensen om op de auto te letten. Wij zetten de bagage in de tussentijd op de steiger, genieten nog even van de omgeving en bewoonde wereld terwijl de mensen van de lodge ook druk in de weer zijn om hun gedeelte van het proviand in te slaan. Met een beetje welkome vertraging vertrokken we in de brandende zon naar het eiland.
Op een onbewoond eiland!
We kwamen aan op het eilandje, na een tocht met een lokale vissersboot en werden meteen begroet door plaatselijke dorpelingen. We voelden ons een beetje de ontdekkingsreizigers die voor het eerst het dorpje binnenkomen. De ezel met kar (en kano) werd snel erbij geroepen en de bagage stond binnen een paar seconden op de kar. We konden naar de lodge. Daar aangekomen, zagen we een verzameling rieten huisjes, met zonnepanelen, oliedrums met water op het dak, een eigen badkamer die we kunnen beschrijven, maar waarvan je beter de foto’s kunt zien. Werkelijk fantastisch en het uitzicht om van te genieten, in een bocht van de mangrove-rivier, gericht op het westen (zonsondergang!!!). Om je heen alleen maar vogels, al hoorde je deze meer dan dat je ze kon zien. De mensen die er werken kwamen meteen naar je toe om zich voor te stellen. Het “restaurant” was een goed en lekker overdekt plekje met eveneens goed uitzicht en een werkende koelkast op zonne-energie. Je zit werkelijk overal ver vandaan en voelt je alleen op de wereld. De website-volgers dan maar even teleurstellen en later de site weer updaten als we uit de mangrove zijn gekomen.
Overdag is het gewoon te heet om iets te ondernemen. Een colaatje openmaken is al een behoorlijke inspanning. Tegen het einde van de middag was het dan toch tijd om iets van de omgeving te gaan zien. Een wandeltocht, op zoek naar apen, wilde zwijnen en vogels. We hebben ze allemaal gezien. Het eten stond inmiddels klaar en ons vegetarische avondmaal smaakte prima na zo’n tocht van vandaag. Het koude biertje ook overigens.
Ontdekkingsreis in de mangrove
We hadden afgesproken dat we de volgende ochtend na het ontbijt een kano-tocht door de mangrove zouden doen. Zo gezegd zo gedaan. De volgende ochtend stappen we in een onzinkbare kano. Er werd nog gevraagd of we de zwemvesten aan wilden trekken uit veiligheidsoverwegingen, maar dat leek ons voor nu wat overbodig. Ook tijdens deze tocht, in de absolute rust van de natuur, weer talloze vogels en vissen gespot, die regelmatig boven water kwamen gedoken. Rond de middag terug bij het hotel voor de welkome siesta en pootjebaden in het water. Einde van de middag zouden we te voet door de mangrove gaan en ook bij deze tocht een interessante manier van natuur ontdekken, waar je doordat het laag water was, in stukken van de mangrove terecht kwam waar je normaal gesproken niet snel komt. Het leven in de bossen zelf komt wel erg dichtbij, zoals we gauw merkten doordat er een krab over de blote tenen liep en als je lang stilstond er kleine visjes aan je huid sabbelden (wat kietelde overigens). Na in de verte nog een aap gespot te hebben, weer terug naar de lodge.
Slangen...
In het centrale gedeelte van de lodge, hebben ze boeken. Deze worden doorgaans door reizigers uitlgelezen en achtergelaten ter plekke. Zo lag er ook een boek over de slangen in West-Afrika. Hmmm, interessant! Even kijken welke soorten er allemaal voorkomen. Het dikke (!) boek vol kleurige illustraties van gevonden slangen bracht ons leuk nieuws zo net voor het slapengaan: bijna alle gevaarlijke exemplaren die in het boek stonden, categorie “black spitting cobra” en “green mamba” (dodelijkste slang ter wereld) met foto en al beschreven: plaats foto? TOUBACOUTA. Het ritselde behoorlijk die nacht.








