Op naar de Arquipelago dos Bijagos!

van ziguinchor naar bissauVandaag is het zover! We gaan naar de eilanden waarvan we in Zuid-Marokko van een Spanjaard gehoord hebben dat het er waanzinnig mooi is. De reisgids bevestigde dit met woorden als “turquoise water”, “wit zand”, “onaangetast”, “Carribean” en “puur”. Nu we toch wachten op de reserve-onderdelen voor de eend vanuit Nederland, hebben we een mooi tripje om de tijd door te brengen. Nog even gekeken op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het enige advies van belang voor ons, was dat de overtocht naar de eilanden het beste met de grote boot gedaan kon worden. Verradelijke stromingen en overbeladen niet-zeewaardige boten varen er ook, maar die kun je beter links laten varen.
De grote boot zou, afhankelijk van het tij, om 12.00u vertrekken, doch uiterlijk om 15.00u. We besluiten, na nog even koffie gehaald te hebben en de laatste mailtjes te hebben gelezen om op tijd in de haven te zijn. Om 11.30u stonden we dan ook op de boot. Alleen... We zochten een mooi plekje op het dek in de schaduw van de stuurhut en konden beginnen met wachten. We pakken de Lonely Planet-gids er nog eens bij en lezen namen van eilanden zoals “Ilha de Oringozinho”, “Ilha de Carache” en “Ilha de Unhocomo”, een verzameling eilanden dat voluit “Bolama-Bijagos Biosphere Reserve” heet. Er zijn witte stranden, kraakhelder water, schildpadden, pijlstaart-roggen en haaien in het diepe.


Op het punt te vertrekken
Het tij was inmiddels aan het stijgen en toen de boot een meter of 2 hoger lag en het inmiddels 2 uur later was, kwam er eindelijk wat actie in de tent. Van alles wordt in, onder en op het schip geladen. Mensen stappen langzaam in, maar het begint erop te lijken dat het vertrek aanstaande is. De boot is inderdaad een –op het oog- veilige en grote boot die zeker zeewaardig genoemd mag worden.
Er stappen hippe en goedgeklede jongeren aan boord. De boot toetert een paar keer met de schelle bootshoorn om aan te geven dat we gaan vertrekken. Onze oren piepen nog een minuut of twee na. Nog een laatste Ford Escort uit de jaren ‘70 komt om de hoek gescheurd om de laatste passagier af te leveren. Het is inmiddels 15.00u, hoogtij en de boot start de motoren. En weer een half uur later (half vier is het inmiddels), vaart de boot dan ook daadwerkelijk weg. De schaduw van de stuurhut is inmiddels verdwenen, maar de directe zon wordt nu gecombineerd met een frisse zeewind.


Cultuurschok op de muziek van Youssou N'Dour
Er wordt muziek aangezet. 2 Grote boxen met een vermogen van een paar honderd Watt. Ze blazen moderne liedjes van Amerikaanse rappers, Youssou N’Dour en Dr. Alban (It’s my life) uit de speakers. Het eerste biertje wordt opengemaakt en binnen de kortste keren staat het dek vol met feestende mensen, bier in de ene hand en popcorn in de andere. De dansende massa maakt er duidelijk een feest van! Wij staan hier werkelijk een cultuurschok te ervaren. Zitten wij niet in het ena-armste land van Afrika? Iedereen drinkt bier en hier en daar zien we pakken wijn tevoorschijn komen. Er worden foto’s gemaakt met digitale camera’s en sms-jes worden verzonden op grote touch-screen mobieltjes. De manier van dansen is er ook eentje waar we even aan moeten wennen. Het redelijk conservatieve gedeelte van Afrika hebben we duidelijk achter ons gelaten en zijn beland in een Afrika waar mannen aan de konten van vrouwen mogen zitten en de dames elkaars borsten tijdens het dansen vastpakken. Iedereen lacht, viert feest en heeft de grootste lol gedurende de 4-uur durende vaart naar Ilha de Bubaque. Nu blijkt dat de “elite” van Bissau naar deze tropische eilanden komt om een weekend te feesten op magische stranden, full-moon parties en no worries. Zondag gaan ze weer terug en zal de rust weer wederkeren. Het is hier ook een plek om alle zorgen even te vergeten en te genieten van het hier en nu.


Land in zicht!
Inmiddels wordt het donker. De zon gaat onder terwijl we temidden tussen verschillende eilanden varen. Een zonsondergang om in te lijsten. In het donker komen we aan op Bubaque. De boot zet zijn zoeklicht aan en zet de kade in het licht. Er staan honderden mensen te wachten! Dit is de enige grote boot die aankomt. We worden aangesproken door een man, Paolo, die nog wel een hotel weet voor een lage prijs. We besluiten om met hem in het donker mee te gaan en hij wijst ons een prima hotel, Aparthotel Bijagos Cruz Pontes. Een keurige kamer met toilet en douche en een fantastische fleurige tuin en koud bier! Na even onderhandelen hebben we ook nog een hele mooie prijs. Het is verder pikkedonker op het eiland en we zien morgen wel verder. We eten wat en gaan naar de kamer. We zien dat de armen behoorlijk gekleurd zijn en er zo’n grappig T-shirt-effect is onstaan. Even bij laten kleuren op de caribische stranden komende week!


Op ontdekkingsreis
De volgende ochtend een slappe bak Nescafe bij het ontbijt en nog even gaan kijken bij een ander hotelletje waar we van een bekende van gehoord hadden. Ondanks het uitzicht op zee bij het andere hotel, vonden we het hotel waar we nu zaten prima. We gaan door naar het strand, zwemmen wat, genieten van het helder-blauwe... nee helder-turquoise water en zien af en toe een paar vissen uit het water springen. Geen dolfijnen, toch een mooi gezicht. We maken de plannen voor de komende dagen. Overdag is het echt te warm voor ons. Vanaf een uurtje of 12.00 moet je zorgen dat je ergens onder een boom/afdak/in-het-water bent, tot een uurtje of 15.00. Daarna kun je weer voorzichtig buiten in de zon lopen.


Het centrum van Bubaque
We zijn op dat moment in het centrum van Bubaque. Nu is centrum en rekbaar begrip. Het is niet meer dan een drietal zandpaadjes, 2 winkeltjes van golfplaten waar je water en brood kunt kopen (naast wat blikvoer) en een handjevol huisjes en dat alles zonder auto’s maar met veel geiten, schapen en varkentjes op de weg. Goed onderhouden huisjes, voor zover dat gaat tenminste, maar geveegd en met plantjes. Ziet er al meteen een stuk beter uit! Bij de haven, niet meer dan een kleine aanlegsteiger op betonpalen, zit een klein restaurantje, met krakkemikkige plastic stoelen, een scheve tafel maar wel in de schaduw van een grote baobab-boom. Ze hebben alleen rijst op het menu. Op de aanlegsteiger staan een 6-tal jongemannen met hengels, die om de paar minuten een grote vis naar boven takelen. De mensen op het terras van het resaurantje behoren die vis dan te kopen, waarna het visje –doorgaans meer levend dan dood- meteen op de grill gelegd wordt. Het restaurant gooit er wat rijst bij en je hebt een koningsmaatijd! Verser dan vers. Niet voor vegetariers dan tenminste.


Leven op eb en vloed
We gaan terug naar het strand. Het water blijft een grote aantrekkingskracht hebben op ons. Het is inmiddels vloed geworden. De stroming tussen de eilanden is enorm. Af en toe gaat er een kano door het water, waarbij de stuurman kan peddelen wat hij wil, de boot gaat maar 1 kant op: met de stroming mee. Nu kienen ze dat hier goed uit, wanneer en hoe laat de stromingen en getijden zijn en is het leven op het eiland afgestemd op eb en vloed. Van deze stromingen heb je aan de noord- en zuidkant van het eiland niets te maken. Aan de oost- en westkant zie je het water borrelen, draaikolken ontstaan en snel stromen als een wildwaterbaan.


Afzien hoor...
We gaan weer voorzichtig het water in. De reisgids had onder het hoofdstuk “Danger and annoyances” melding gemaakt van stingray’s (pijlstaart-roggen) in het ondiepe en haaien in het diepe. We durven nog niet te ver. We zien locals overigens wel dieper het water in gaan en wij volgen hun voorbeeld, na de aftastperiode, ook op. Stapje voor sapje, om net die ene pijlstaart-rog weg te jagen.
Enigszins vermoeid nog door alle indrukken enerzijds en het slechte slapen anderzijds, keren we terug naar het hotel. We slapen slechter omdat het hier behoorlijk warmer is dan op het vasteland. Aangezien er maar een paar uur per dag stroom is, werkt de ventilator na een uurtje of 00.00 ‘s nachts niet meer. Om 00.01u wordt je dan dus zwetend wakker en dat kabbelt een beetje voort totdat de eerste haan je nog wakkerder kraait, een uur of 6 later. Op het strand is het lastig je slaap in te halen vanwege de constante blik op het turquoise water en het proberen te spotten van dolfijnen. Wat kan het leven lastig zijn...